Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den vloek der wet een vloek geworden zijnde voor ons (Gal. III : 13). Hij stelde in de plaats van de rechtvaardiging uit de werken der wet een nieuw beginsel dat der rechtvaardiging uit het geloof in 't licht. (Rom. V : 1). Daarom wenscht Paulus van niets anders te weten dan van Christus en dien gekruist. Het leven van dien Christus herhaalt zich in elk van zijn geloovigen. „Ik ben met Christus gekruist", zoo zegt hij, „en ik leef doch niet meer ik, Christus leeft in mij". Zijn dood en opstanding is hem het zinnebeeld van het sterven van den ouden en de opstanding van den nieuwen mensch. Geen historisch persoon, geen concreet individu maar een schepping der geloofsphantasie is deze Paulinische Christus.

Zoo schept zich iedere christen zijn eigen Christus-ideaal, te karakteristieker en oorspronkelijker, naarmate zijn eigen godsdienstig leven krachtig en zelfstandig is, naarmate hij meer philosophisch of practisch is aangelegd. Zoo is volgens Justinus in Christus de gansche Logos verschenen, zoodat zijn menschelijke natuur door zijn goddelijke geabsorbeerd wordt. Zoo denkt zich Origenes den Christus niet als een werkelijke

Sluiten