Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het klinkt tegenover tal van toestanden en gebeurtenissen bijna als spot. Men zou menigmaal willen zeggen: hij is een onbeduidend, een waardeloos en ellendig schepsel.

Voor wie zijn geloof in den mensch dreigt te verliezen is het buitengewoon opfrisschend, het beeld van Jezus voor zich op te roepen, te bedenken, hoedanig hij geweest is en welk een zegenrijke invloed er van hem is uitgegaan op tijdgenooten en nakomelingen. Hij wordt dan warmer gestemd, en zegt bewonderend: wat kan een mensch groot zijn, en van welk een machtige beteekenis kan hij wezen voor anderen!

Hij behoeft daardoor het kleine en zondige in de menschenwereld niet voorbij te zien, maar hij krijgt meer oog voor de edele krachten, die ook behooren tot 's menschen aanleg, voor het licht des heiligen geestes, dat ook een deel uitmaakt van zijn wezen. En hij zegt: helaas, de mensch is wel menigmaal ontrouw aan zijn hoogen adel, maar een koning is hij toch, hij draagt den aanleg in zich om groot, zeer groot te worden.

Nu bedoel ik natuurlijk niet te zeggen, dat alleen het gedenken van Jezus' persoonlijkheid in staat

Sluiten