Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben zij meer geprofiteerd dan van zijne wijsgeerige beschouwingen. Thans meent men met de onvermoeid herhaalde opmerking, dat godsdienst geen philosofie is, aan het denken het zwijgen te kunnen opleggen, hetgeen dan toch niet de ware vrijzinnigheid heeten mag. Vrijzinnigen, wier geestesleven opgaat in vrome gemoedelijkheid en moraal, moesten zich ook eens leeren verplaatsen in den toestand van menschen, die er nog andere geestelijke behoeften op nahouden dan zij. Godsdienst is stellig geen philosofie: de verschillende benoeming wijst reeds op verschil in begrip; maar die twee hebben dan toch wel ontzettend veel met elkander gemeen, in zooverre zij de allerhoogste openbaringswijzen zijn van één en hetzelfde, nl. van den menschelijken geest, en beide gericht zijn op de Waarheid. Het gaat dan ook niet aan, zijne godsdienstige ervaringen op den duur buiten verband te houden met zijne overige geestelijke ontwikkeling. De liefde tot de kunst kan zeker in den knaap, wiens aanleg pas werd ontdekt, zeer groot zijn, al heeft hij van de kunst nog maar eene zeer gebrekkige voorstelling; de gerijpte en in het vak volledig

Sluiten