Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dit onverkwikkelijk vermoeden (t. w. dat hij tegen het Calvinisme ingaat) „plaats ik den regel op den voorgrond, dat het b ij zonder karakter van een stelsel niet gekend wordt uit wat het met voorafgaande ste 1 s e 1 s gemeen heeft, maar zich teekent in datgene waarin het van die voorafgaande stelsels verschil t."

De meening dat 's lands Overheid geroepen is den valsche godsdienst uit te roeien is iets dat het Calvinisme met andere en vroegere stelsels gemeen heeft. De gevolgtrekking ligt dus voor de hand, dat men dit gevoelen kan verwerpen, zonder hierdoor op te houden, goed Calvinist te zijn.

Wij komen hier in aanraking met een zeer merkwaardigen regel, die ons doet twijfelen aan hetgeen wij zeker meenden te weten, en Dr. Kuyper in staat stelt te herroepen wat zoo kort te voren in het openbaar en op de meest plechtige wijze was uitgesproken.

Wat is dit Calvinisme, zoo mogen wij wel vragen, waardoor met behulp van boven medegedeelden regel, deze kunstbewerking staat plaats te vinden, dat iemand die zichzelven heeft aangediend als een bestrijder en verwerper van een min of meer belangrijk stuk van onze belijdenis, nu in staat wordt gesteld zijne rechtzinnigheid langs den weg der logica boven allen twijfel te verheffen f

Vast staat in de eerste plaats, dat deze regel niet op onze confessie van toepassing is.

In die confessie zijn allerlei algemeen Christel ij k e bestanddeelen.

Dit ligt in den aard der zaak.

De Kerk is niet eerst in de dagen der Dordsche Synode, of zelfs der Reformatie ontstaan. Hare geschiedenis dagteekent ook niet van den Pinksterdag maar van het Paradijs.

Stellen wij ons, op het voetspoor van den apostel Paulus in Eph. IV, die Kerk voor als een lichaam dat

Sluiten