Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zendingspost te Madjalengka van den Heer Van der Ben, vroeger administrateur van een suikerfabriek in de nabijheid van die Zendingspost, een eenvoudig doch doelmatig, net ziekenhuis ten geschenke kreeg, terwijl hij den Heer Verhoeven, zendeling-leeraar te Tjidero^ (afd. Madjalengka) een maandelijksche toelage vrm ƒ25 tot onderhoud van het ziekenhuis toekende, alles tezamen als een bewijs van erkentelijkheid van genoemden heer jegens de inlandsche bevolking, welke, naar zijn eigen woorden, het middel was geweest om hem een rijk bestaan en een groot vermogen te bezorgen. Die Inlanders waren Christenen, die het ziekenhuis zelf gebouwd hadden en ook hun eigen steen- en pannenbakkerij hebben. Deze heer had dus blijkbaar een oog voor het nut der Zending, althans in stoffelijk opzicht.

Naar aanleiding van de inwijding van het bedehuis der inlandsche gemeente te Soekaboemi schrijft iemand in het Bataviaansch Nieuwsblad van 15 Sept. 1887: „de Zending onder de Inlanders is een zaak, die al onze aandacht waardig is en op al onze achting aanspraak mag maken ... het werk der Zending mag in het volle licht gesteld worden en behoeft geen onderzoek te schromen". En in het „Soerabajaasch Handelsblad" van 1 Mei 1884 wordt over de Zending in de Residentie Timor gezegd: „Ziet dan hoe het Evangelie de barbaarschheid doet wijken, de ruwe zeden verzacht, orde en vrede bevordert en den geheelen maatschappelijken toestand allengs vervormt en vernieuwt. ... Tevens mag niet vergeten worden,

Sluiten