Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of zwaar, met ernst en nauwgezetheid moet vervullen. De moraal van het Christendom maakt den dienstbare niet ontrouw aan zijn heer, noch lui in zijn werk. Men leze daarover den brief van Paulus aan Filemon. Onesimus, de weggeloopen slaaf van Filemon is door Paulus tot het Christendom bekeerd en wordt nu door den apostel tot zijn heer teruggezonden met de bede om hem niet te hard te vallen om zijn vlucht en met het vertrouwen dat zijn heer nu voor altoos veel meer aan hem hebben zal dan vroeger, nu hij hem niet alleen meer als een slaaf maar als een broeder terug ontvangt. Ziedaar de Christelijke moraal in zake de verhouding van heer en knecht.

Dat hier geen uitzonderingen zijn, - dat hier geen luiheid, of onverschilligheid of eigengerechtigheid zou

voorkomen, wie zou dat willen beweren maar

verbeeldt men zich dan dat een bekeerde inlander een heilige wordt? dat er in hem geen zonde meer woont? dat hij geen verzoeking of aanvechting meer heeft? Verbeeldt men zich dan dat in de inlandsche Christengemeente in het geheel geen verkeerdheden, in het geheel geen ontrouwe, onwaardige elementen kunnen voorkomen? Dan moesten die inlanders wel een veel edeler en verhevener ras van menschen zijn dan de reeds gekerstende volken, dubbel waard om hun het Evangelie te brengen. Neen, men eische van de inlandsche gemeenten en de inlandsche Christen niet meer dan men van de zoogen. Christenarbeiders in Europa eischt. Daar als hier zijn trouwe

Sluiten