Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII.

De vrucht der Zending voor de moedergemeente.

Door alles wat ik tot nu toe van de Zending gezegd heb meen ik haar goed recht op goede gronden te hebben bepleit. Ik heb de Zending beschouwd als een eisch van geloof en liefde, als een plicht van gehoorzaamheid. Ik heb getracht de bezwaren, van verschillende kanten tegen haar ingebracht, te ontzenuwen en er op gewezen dat het geen hopeloos werk is, maar integendeel een, waarvan de resultaten gemakkelijk zijn waar te nemen. Maar ik heb nog een laatsten pijl op mijn boog, dien ik thans wil afschieten. Het is de pijl van het eigenbelang. Ik wil trachten aan te toonen dat de gemeente uit eigenbelang Zending moet drijven. Ik geef dadelijk toe dat dit niet mooi klinkt en ik hoor reeds bedenkingen als deze: men moet het goede doen om het goede zelf en niet om loon of uit winstbejag — ware liefde is zelfverloochening, zij vraagt alleen wat zij geven kan en niet wat zij daarvoor ontvangen zal — alle waarde van onze daden vermindert, wan-

Sluiten