Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van licht en duisternis — maar dit is het, dat hij geen vrede heeft, dat zijn hart onrustig is in hem, dat hij zoekt naar God en hij vindt Hem niet. „Zoo zijn de kinderen van ons geslacht door vreeze des doods hun geheele leven knechten." (Hebr. 2 : 15).

Dat, nog eens, dat heeft Jezus nog nooit gevoeld... dat doet de Vader Hem nu voelen, Hem die tot Hoogepriester geroepen is en die ook immers Hoogepriester begeert te zijn. Daar is eenswillendheid van den Zoon met den Vader. Niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt, zoo is het ook in dezen bangen nacht.

De Vader voert zijn Zoon in den dood d. w. z.

Hij onttrekt zich aan Hem, zoodat Hij nu zonder des Vaders licht, zonder des Vaders vertroosting is, ellendig, verlaten als een zondaar. „Tot zonde gemaakt" — zoo is het hier met Hem, „die geen zonde heeft gekend." Wie moet hier helpen? Bij menschen zoekt Hij steun, zooals wij het ook doen; bij zijn vrienden, die immers met Hem waken? Maar bij hen gekomen, vindt Hij ze in slaap en Hij kan het woord des verwijts niet terughouden, het welverdiende: „Simon, slaapt gij; kunt gij dan niet één uur met mij waken?" en dan tot allen: „waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt, de geest is wel gewillig maar het vleesch is zwak!" O, ja, het vleesch is zwak, dat voelt Hij, want het angstzweet breekt Hem uit. Wie moet hier helpen ? Wie anders dan de Vader? Die Hem in den dood gevoerd heeft, die moet er Hem ook weer uithelpen. Daarom weer gebeden en telkens weer ... zijn gebeden en smeekingen

Sluiten