Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sanhedrin. En toen nu des Menschen Zoon ter rechterhand der kracht begon zijn heerlijkheid te openbaren, werd die voor Israël een verterend vuur. Zijn bloed kwam over hen en hunne kinderen. Zijn vriendenschaar, zijn gemeente deed het laatste. En voor haar was de openbaring van zijn heerlijkheid het koesteren van de zon der genade, die haar stralen verkwikkend, levenwekkend uitschoot. Voor haar was zijn bloed het bloed, dat van alle zonden reinigt.

En als voor haar de donkere dagen kwamen, de dagen der vervolging, waarin de vijand van buiten af Gods akkerwerk trachtte te verwoesten, of dagen der verslapping, waarin van binnen de vijand rondging, strooiende onkruid onder de tarwe, zaaiende verdeeldheid, ongeloof, bijgeloof en menigerlei zonde, en zij kon zich dan met haar weinige getrouwen verzamelen, belijdende: „Heer, Gij zijt de Christus de Zoon van den levenden God!" dan voelde zij dat zij met die belijdenis stond op een rotsgrond en dat de poorten des doodenrijks haar niet zouden overweldigen; want immers „Hij zat ter rechterhand der kracht"; Hem was alle macht gegeven in den hemel en op de aarde, en komen zou Hij op de wolken des hemels, — komen in heerlijkheid met zijn heilige Engelen, — komen om te oordeelen de levenden en de dooden, — komen om het Rijk in bezit te nemen, zonder dat het Hem door iemand werd betwist.

Zoo heeft zijn gemeente, zoo hebben zijn vrienden gedaan; maar op het oogenblik dat de Heer zijn getuigenis voor den rechter aflegde, kenden zij de

Sluiten