Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wien een groote ramp trof of tegenover een vreemde, maar wiens droeve geschiedenis ons aangrijpt, dan voelen wij volkomen hetzelfde... laat het ons gezegd zijn: dat medelijden vraagt de lijdende Christus niet.

Hij wil dat wij, Hem ziende dragen zijn kruis, medelijden zullen hebben met ons zelf, omdat wij voelen dat zijn kruis onze schande openbaart, zijn lijden onze schuld. Hij wil dat wij den vloek der zonde erkennen, die heel de menschheid tegenover dezen reine veroordeelt.

Hij wil dat wij in zijn dood zullen zien wat wij verdienen. Zooals Kaïn moest staan tegenover zijn verslagen broeder, sprekende: Dat is nu mijn werk, zoo moet de menschheid staan tegenover den Kruisdrager en zeggen: dat is mijn werk. Dan worden het andere tranen, die uit de oogen vloeien en het wordt een andere doodenklacht, die over de lippen komt. En dan, den Man der smarte in de ziel lezende, lost zich het medelijden met ons zelf in dankbaarheid op en de doodenklacht over ons zelf in de roemtaal des geloofs: „Wie wil verdoemen? Christus is het die gestorven is!... Gode zij dank die ons de overwinning geeft"!

Het groene hout wordt door menschenhanden ruw verbroken, maar God die den edelen olijfboom plantte, roept nieuwe twijgen er uit te voorschijn en de boom wast en brengt heerlijke vrucht. Dat groene hout is de Christus. Het dorre hout wordt door Gods hand verbroken en ten vure gedoemd en er blijft niets

Sluiten