Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is beter doordacht dan het eerste deel, dat in den vorm van een verhaal geschreven is. Het derde deel van het werk bestaat uit een deels zeer slagvaardige en handige, beantwoording van V i r c h o w's werk over „voedings- en genotsmiddelen". Eindelijk is het vierde deel „Het Vegetariaat in den Bijbel" een strijdschrift tegen B a 11 z e r's geestelijke broeders, die de verdediging van het Vegetariaat door den vrijdenker als een uitvloeisel van zijn heidensche philosophie beschouwden. Wat er na G r a h a m en B a 11 z e r nog in de vegetarische litteratuur is verschenen, heeft in 't algemeen weinig nieuwe gezichtspunten geopend. Latere schrijvers hebben zich steeds moeite gegeven de leer vaster te grondvesten, vooral met behulp van het geheele wetenschappelijk materiaal, dat hun de gemakkelijk te begrijpen vaklitteratuur van den nieuweren tijd verschafte.

We moeten de belezenheid van deze leeken-schrijvers en hun streven om een wetenschappelijke basis aan hunne leer te geven, erkennen. Daardoor krijgt een deel van deze litteratuur het voorkomen van ernstigen arbeid, die echter haar waarde weer verliest, doordat de schrijvers met een vooropgestelde meening kennis genomen hebben van het wetenschappelijk materiaal.

Daardoor komen ze dikwijls tot scheeve voorstellingen en valsche gevolgtrekkingen, die het lezen voor een vakman, zooal niet geheel ongenietbaar, toch weinig aanlokkelijk maakt.

Het beste van alle boeken van dit soort, blijft toch altijd dat van Dr. P. Andries: „Het Vegetariaat en de tegenwerpingen der tegenstanders", hoewel ook hij niet weinig met de hier boven afgekeurde fouten behept is. Zijn schrijven getuigt van veel almeene ontwikkeling, van een logisch denkvermogen, en consequente gevolgtrekkingen, tenminste in den lijn van zijn eigene ideeën. Maar hij is droog theoretisch en werkt zich door zijne vooringenomenheid hoe langer hoe dieper in zijn dwalingen in. Waar hij zijn eigen wetenschappelijke theorieën opbouwt, verkoopt hij, evenals dilettanten in de medicijnen, den grootsten onzin. Als voorbeeld diene slechts de volgende ongehoorde bewering : „Elke oudere man, die in zijn leven veel vleesch gegeten

Sluiten