Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo staat dan reeds Aristoteles, dien men van ouds met een half oog placht te lezen, inderdaad op een geheel anderen bodem dan de voorstanders der leer van een bloot ontvankelijken geest, die men „sensualisten" ') genoemd heeft. De vraag betreffende den oorsprong der denkbeelden, hetzij alleen uit indrukken of tevens uit den eigen aanleg van den geest, heeft velerlei geschil en misverstand gebaard. Zoodra men van de uiterste gevoelens afziet, en den geest zoomin voor het geheel lijdelijk verblijf als voor den zelfgenoegzamen schepper zijner denkbeelden houdt, is er nog enkel sprake van een meerder of minder aan weerszijden, en kan elk grenspunt dat men wil worden aangenomen om de woordvoerders in twee partijen te verdeelen 2). Waar men echter niet naar de betrekkelijke waarde van bestaande meeningen, maar naar de zaak-zelve vraagt, doet men beter met allereerst op erkende feiten te letten, waarmede elke partij rekening moet houden, wil zij verdienen gehoord te worden.

2de Hoofdstuk: Aandoening van zintuigen.

Op een papier dat voor mij ligt, staat de liguur A met potlood geteekend; elk die het zien kan beweert dit, al kent hij soms niet den gebruikelijke!! naam en de aangenomen beteekenis dier figuur. Hoe komt hij aan zijn beweren V

Het natuuronderzoek leert, dat hier een plat weefsel

') In Engeland tegenwoordig sensationalists, om ze van de pleiters voor een leven dat in zingenot opgaat te onderscheiden.

») Om zich in dezen aanvankelijk te oriënteeren, zal men met vrucht de verhandeling raadplegen van Dr. C. 11. Spruyt, get. Proeve van eene geschiedenis van de leer dei aangeboren begrippen, Leiden 1879.

Sluiten