Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen lichamen." . . . „Arbeidsvermogen kennen wij op zijne beurt enkel als datgene wat bij alle natuurverschijnselen aanhoudend van een deel der stof op het andere overgaat." . . . „Wij kunnen een bizonder deel van het arbeidsvermogen niet als hetzelfde herkennen, of door zijne gedaanteverwisselingen heen vervolgen. Het heeft geen eenzelvig bestaan, zooals wij dat aan bizondere deelen der stof plegen toe te schrijven." En in denzelfden geest verklaart de beroemde pater Secehi „Zoo is dan alles afhankelijk van de stof en de beweging; en daarmede zijn wij teruggekeerd tot de natuurphilosophie, reeds door Galilei beleden, dat in de natuur alles kan worden herleid tot beweging en stof, en alle verandering slechts door een nieuwe rangschikking vari deelen of door een wijziging der beweging wordt teweeg gebracht." Desgelijks leert Helmholtz 2): „De zinnelijke gewaarwordingen zijn voor ons slechts symbolen van de voorwerpen der buitenwereld, en komen daarmede overeen ongeveer als de pennetrek of de klank van het woord met het daardoor aangeduide voorwerp. Zij geven ons wel bericht van de bizonderheden der buitenwereld, doch niet beter dan wij de kleur aan een blinde met woorden beschrijven." Ook zonder ons in de verscheidenheid en de waarde dezer uitspraken te verdiepen, zien wij uit hetgeen zij gemeen hebben, dat de natuurwetenschap, die men door verwerping van alwat op idealisme gelijkt voor een groot gevaar zou willen behoeden, zich zelve in hare meest geprezene vertegen-

') Die Einheit tier Naturkrafte (uit liet Italiaanscli, Leipzig 1876), II. p. 368.

*) Ueber Goethes nalurv/issenschaftlichc Arbeiten, o. a. in zijne Populiirwissensch. Vortriige, Braunsclnv. 1865, I. p. 49.

Sluiten