Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorwaarde dat er genoegzame reden zij 0111 A te bevestigen» Deze samenstelling der oordeelen A en B noemt men een hypothetisch oordeel.

Het stellen van het geval waarin A waar is, wordt de hypothesis genoemd; de beslissing over het in B gestelde (in ons voorbeeld een bevestigende) draagt den naam van thesis (in meer beperkten zin). De oordeelen A en B zeiven kunnen de „leden" van het hypothetische oordeel heeten.

Om ons vooreerst bij deze gewone hypothetische oordeelen te bepalen, wijzen wij hierop, dat zoo een oordeel van dien aard terecht is aanvaard, en de hypothesis door bijkomende redenen tot een uitgemaakte waarheid wordt, ook de thesis voor goed bevestigd is. „Indien A (d.i. de door het oordeel A uitgedrukte staat van zaken) is, dan. is B; nu is A inderdaad; dus is ook B ')". Deze gedachte is reeds een redeneering: de bewering van het zijn van B is de conclusie uit twee praeniissen, t.w. het hypothetische oordeel en de bewering van het zijn van A, — en wel een hypothetische redeneering in den zoogenoemden modus ponem. Aan den anderen kant is duidelijk, dat waar het hypothetische oordeel juist is, en B niet bevestigd wordt, ook het oordeel A bezijden de waarheid moet zijn; wij hebben dan den modus tollens *). Daarentegen heeft een verwerping van A geen invloed op debeslissing omtrent B; noch kan de bevestiging van B iets

1) Deze gebruikelijke uitdrukking wil eigenlijk zeggen, dat de werkelijkheid, of een gedeelte daarvan, zoo is als liet oordeel AofB liet voorstelt. Immers „zijn" is geene hoedanigheid.

*) Gelukkig gekozen zijn die kunstwoorden niet; er wordt niet gesteld en opgeheven of weggenomen, maar het lid in de hypothesis, en daarom het lid in de thesis, wordt bevestigd, of omgekeerd het lid in de thesis, en daarom het lid in de hypothesis ontkend.

Sluiten