Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leiden: „alle gevallen waarin A waar is, zijn gevallen waarin B waar is". Daarnaast staan dan die andere, waaraan men den vorm van bizondere kategorische geven kan: „althans sommige gevallen van A zijn gevallen van B". Zoo is er dan ook quantiteit in de hypothesis, en staat deze niet eenvoudig met het lid A gelijk; de schijn daarvan ontstaat doordien men enkel let op oordeelen van den meest voorkomenden vorm: „indien A waar is, enz." ').

Van den modus ponens der hypothetische redeneering wordt veel gebruik gemaakt om een nog niet waargenomen verschijnsel te voorspellen: „indien deze onderstelling waar is, of ingeval de onderstelde zaak of staat van zaken M bestaat, vertoont zich te zijner tijd en plaats het verschijnsel N; nu zijn wij verzekerd van M, en kunnen dus op N staat maken". De algemeene regel, in het hypothetische oordeel vervat, te zamen met het feit M, waarborgen het optreden van N, zooals zij dat optreden verklaren wanneer wij van N het eerst kennis hadden genomen. Daarentegen door den modus tollens brengen wij een onderstelling ter toets: „indien M is, dan is N; nu leert de waarneming, dat N niet is; dus vervalt <>f het onderstelde M, of, zoo dit M blijkbaar aanwezig is. vervalt de onderstelde regel". Daarentegen mag uit het

') Met bet negative subjectbegrip komt overeen het denkbeeld van het geval der onwaarheid van A. Dit denkbeeld is nog niet de „hypothesis"; vooreerst omdat het eerst met een „thesis" verbonden moet worden om die hoedanigheid te verkrijgen; vervolgens omdat de quantiteit erbij moet komen. De overeenkomst tusschen logische vormen, die uien gewoonlijk los naast elkander stelt, vindt men aangewezen in mijne Beginselen der analytische logica, Leiden 1873, een zeer beknopten leidraad bij akadetnische lessen, doch dien men desbelust met behulp van het hier ontwikkelde zonder veel moeite zal verstaan.

Sluiten