Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vier figuren te zamen 64 modi of verscheidenheden van het syllogisme '), van welke niet meer dan 19 tot een conclusie leiden.

Hiermede gaat echter het eerste gezichtspunt te loor, waaruit wij het syllogisme beschouwden in verband met de beide overgeleverde vormen der hypothetische redeneering. Kr laat zich niet meer overal in de praemissen een algemeene regel en een bizonder feit aanwijzen, maar wij hebben in het algemeen te doen met twee kategorische praemissen, die tot het verkrijgen eener conclusie in aanmerking kunnen komen.

De verschillende zijden waarvan het voorwerp van een oordeel (een gesteld geval of staat van zaken) beschouwd kan worden; het aanbrengen van ontkenning nu eens in een term, dan weder in het praedicaat of in de beslissing over een oordeel; het verschillende licht dat op een beweren valt door het verband waarin het voorkomt; — dat alles heeft velerlei pogingen doen beproeven om deze eenvoudige indeeling der syllogismen te veranderen. Zoo wordt de vierde figuur, die (zooals Aristoteles het geheele onderwerp opvat) slechts een wijziging van de eerste schijnt te zijn, dikwijls als een scholastiek bijvoegsel veroordeeld 2), omdat de twee termen der conclusie anders dienst doen dan zij in de praemissen deden; het begrip dat eerst het subject beschreef, wordt ditmaal op het andere betrokken,

1) De figuren lieeten u/ijuata, de modi joónoi

*) IS.v. Herbart, Lehrbuch zur Einl. 111 die Philos. § 68; Drobiscli, Logik, 3te Aufl, 1863, § 85. Rachmann (System der I.ogik, 1828, p. 226) verklaart terecht: „Es bleibt eine falsche Spitzfindigkeit Kants, die übrigen Figuren (II, III, IV) für eine falsche Spitzfindig keit zu halten". Daarentegen Leibuiz (Nouveaux Essais p. 395 ed. Erdmann): „Je tiens que 1'inveiuion de la forme des syllogismes est une' des plus belles de 1'esprit humain, et même des plus considérables."

Sluiten