Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. alle S is begrepen in dat bijeengenomene gebied;

en volgens de eerste iiguur van het syllogisme volgt hieruit als conclusie: alle S is (of is-niet) P.

De klem der redeneering, waardoor de algemeene conclusie verkregen wordt, ligt blijkbaar in de twee algemeene praeinissen met hun gemeenen term, en de mogelijkheid van dezen zoo te plaatsen als de eerste figuur van het syllogisme het vereischt. Het slot der denkoperatie is een syllogisme; eigenaardig inductief kan alleen de wijze zijn, waarop wij aan die algemeene praeinissen gekomen zijn.

Wat de major (i°, van daareven) betreft, valt er niets anders dan een bijeentellen van ervaringen te bespeuren, zoolang A, B enz. niet anders dan individuen zijn. Bij elk daarvan is een gesteldheid waargenomen die hetzelfde praedicaat daarop toepasselijk maakt, en op grond daarvan voegen wij ze bijeen tot een kunstmatige klasse, die wij

voorshands niet anders benoemen dan als „A + B + -+-

N". Het gebied van het begrip dier klasse is door die opsomming bepaald omschreven; zijn inhoud behalve P laten wij zonder schade buiten beschouwing, omdat wij geen gebruik van den inhoud maken waar het begrip enkel als middenterm dienen moet; als naam van het begrip kan de optelling dier individuen, of zoo noodig een eenvoudiger teeken, volstaan. — Zijn daarentegen A, B enz. zeiven soorten, waaraan eenzelfde praedicaat toekomt, dan kan het oordeel betreffende elk afzonderlijk niet door dadelijke waarneming verkregen zijn. Het is zelf een algemeen oordeel met het soortbegrip als subjectbegrip; en waar de soort, zooals dikwijls, een natuurlijke of gegevene is, moet onze ondervinding, bij weinige of vele exemplaren opgedaan, door onderstelling tot een oordeel over alle aangevuld zijn. Het kunstmatige geslachtsbegrip, waartoe

Sluiten