Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cent. — Blijven wij bij de onderstelling van gelijke bereikbaarheid, en vragen ditmaal naar de waarschijnlijkheid dat de twee eerste trekkingen zwarte ballen zullen opleveren. Dan is even mogelijk i°. dat beide zwart, 2°. dat beide wit geven, 3°. dat de eerste bal zwart en de tweede wit is, 4°. het omgekeerde daarvan; dus elke van de vier theses heeft een waarschijnlijkheid van 25 percent. — Een andere vraag is het echter, gesteld dat de vorige bal wit was, of de volgende wit of zwart zal zijn. Het is duidelijk dat dit volstrekt niet afhangt van den vorigen bal, die immers uit de vaas verwijderd, misschien zelfs vernietigd is, maar alleen van degene die nog ter beschikking blijven, en tusschen welke de 100 percent geheel volgens hun betrekkelijk aantal verdeeld moeten worden. — Gesteld nu weder, dat na elke trekking de bal weder in de vaas wordt gelegd en de gelijke bereikbaarheid van alle hersteld. Dan lijdt het geen twijfel, of iedere nieuwe trekking is geheel onafhankelijk van de uitkomst der vorige, en de kans blijft bij elke herhaling dezelfde als in het begin. Reeds daarom was het een dwaasheid, wanneer spelers aan de voormalige duitsche banken alleen uit het voorkomen eener lange reeks van voordeelen aan de zijde der roode partij meenden te kunnen opmaken, dat ditmaal wel eens de zwarte moest zegepralen; immers elke oplegging van kaarten was een nieuwe gebeurtenis buiten invloed der vroegere soortgelijke gebeurtenissen. Zeer zeker had zij hare oorzaken, doch deze lagen elders, en bleven aan elke nauwkeurige waarneming en berekening onttrokken; de nieuwe gebeurtenis was telkens een „toevallige ,

honderd percent zou de kans bedragen voor een eerigen bal die daarbinnen aanwezig of beschikbaar ware. De nul en de honderd zijn in het gestelde geval dus limieten.

Sluiten