Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk verband met de werking van het zijnde waaraan onze denkbeelden hebben te beantwoorden, en mag daarom bij het vormen van verwachtingen van verdere ervaring in rekening worden gebracht. Als naar gewoonte zal men ook hier hetzij op het aandeel van het „subject" en dat van het „object" een nadruk willen leggen, doch dat komt neer op een verschil van gezichtspunt.

Zooals de voorwaarden voor een gestelde gebeurtenis op zeker oogenblik aanwezig zijn, is zij inderdaad öf onvermijdelijk of onmogelijk. Letten wij nu op een individueel feit, b.v. dat n°. zooveel van een aantal genummerde loten het eerst zal getrokken worden, dan noemen wij dat „mogelijk" ■) of „denkbaar", en niet „zeker", omdat wij niet weten of de volledige oorzaak daarvoor aanwezig is, maar alleen (laat ons stellen) dat het bedoelde nummer in de vaas ligt, zoodat wij voor het feit in quaestie althans eene van vele getelde of ongetelde kansen

') 'EtSè/eiai, zegt Aristotcles. Sedert ISoëthius licet zoo iets een contingent. Genoegzame kennis zou dit i>f als onvermijdelijk 61 als onmogelijk doen verstaan. — Denken wij daarentegen niet aan ons weten, maar aan de wording van een toestand; dan komt de oorzaak daarvan eerst op het oogenblik volledig tot stand, waarop de gebeurtenis plaats heelt inct 'welke die toestand begint. Een deel van die oorzaak kan nu op ecnig vroeger oogenblik reeds tot stand zijn gekomen, terwijl de rest nog op eenige voorbereidende verandering wacht; op dat oogenblik, in aanmerking genomen de voorwaarden die thans reeds vervuld zijn, zonder in rekening te brengen wat daar nog niet is [bijgevoegd, heet die gebeurtenis „physick" of „objectief" mogelijk (Sifitint, zij is een possiHW). Het bijkomen van het aan de oorzaak nog ontbrekende zal de gebeurtenis tot een werkelijke („actuele") maken; het bijkomen van iets anders in plaats daarvan zou iets van haar verschillends doen geboren worden. — Die tweeërlei mogelijkheid behoort dus tot tweeërlei orde van denkbeelden.

Sluiten