Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te verstaan; doch welbeschouwd blijft er zelfs in een natie van weinige millioenen een menigte van grootere en kleinere, elkander kruisende kringen, verschillend in hunne gedachte wereld, in de soort en mate hunner kennis, in de doeleinden die zij zich meenen te moeten of te mogen stellen. In menig opzicht staan zij als vreemdelingen tegenover elkaar en hebben de een van den ander meest niet anders dan scheeve en verwarde voorstellingen. De vrede tusschen hen allen wordt voor een deel bewaard door vrees, die de hoop op veroveringen beteugelt, voor een ander deel door de meest in het oog springende gemeene belangen, als die men heeft bij veiligheid van leven en eigendom, middelen van verkeer, landsverdediging, verspreiding van beroepskennis, bevordering van algemeen gewilde genietingen, kortom bij zooveel waarvoor de eene mensch den anderen noodig heeft; terwijl ook persoonlijke genegenheid van verschillenden aard en oorsprong het overleg met andersgezinden helpt onderhouden. Niettemin blijft de onderlinge verhouding een verdrag tusschen natuurlijke tegenstanders. Juist op de punten waarmede de wijsbegeerte zich voornamelijk bezig houdt, kan allerminst op eenstemmigheid gerekend worden. Te minder nog daar het openbaren hunner innige overtuiging voor zwakkere partijen of personen vaak uiterst gevaarlijk wordt of schijnt, en de een daarom voor den ander veelal in hoofdzaak een gesloten boek moet blijven. Zoo laat men dan in een samenleving als de onze elkaar in den regel wijselijk ongemoeid; tracht, — reeds om niet altijd in het harnas te zijn, en tijd voor zijn gewone werk te bewaren, — alle niet volstrekt noodige botsingen te vermijden; en slechts bij uitzondering wordt een grondige bespreking van beginselen mogelijk, als tusschen dezulken voor wie in het wezen der zaak de belangen en hulp-

Sluiten