Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot waar die ijver redelijkerwijze behoort te gaan. Algeineene afkeuring vindt het najagen van persoonlijk voordeel, het handhaven der belangen van eigen nabestaanden, van de partij, de gemeente, de natie waarvan men deel uitmaakt, ten koste van die van een grooter geheel. Dat wordt gebrandmerkt met schimpnamen als egoïsme, particularisme, machiavellisme, die niemand ook in zijn binnenste bewustzijn gaarne op zijn eigene gedragingen wil hebben toegepast. Waarom nu van dezen kant weder halt gemaakt bij de menschheid, en het voor normaal en dus loffelijk gehouden, dat het welzijn van deze wordt voorgestaan ook ten koste van dat van alle andere schepselen ? Slavernij van den neger verwerpt thans nagenoeg elke beschaafde natie; slavernij van het paard, het schaap, het wild enz., minachting van het lijden van lager bewerktuigde schepselen zoodra zelfs maar het oogenblikkelijk genot van een mensch daarvoor gekocht wordt, acht zij zoo volkomen gerechtvaardigd, dat de opvatting, die elders op den voorgrond staat, van alle leven hoegenaamd als iets heiligs, of de broederschap van St. Franciscus met de dieren, als een in het oog springende ongerijmdheid bejegend wordt. Het is waar, dat overal in de wereld het hoogere leven slechts op voorwaarde van den ondergang van het lagere zich uitbreiden kan; doch ook het omgekeerde is op zijne beurt waar, en men prijst het zelfs wanneer iemand, om een redeloos dier te sparen of te verblijden, zichzelven de bevrediging van «en onschuldigen wensch ontzegt. Verschooning van den mindere is overal een kenmerk van beschaving, en zou toch verkeerd zijn, indien volgens een eeuwige norm het lager bewerktuigde overal zonder meer voor het hoogere te wijken had. Dezelfde overwegingen dringen zich op waar, bij de behandeling van zeer weinig begaafde wilden,

Sluiten