Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoedmiddel tegen onlusten, dan wel een aanvulling van hetgeen door bizondere genootschappen te weinig wordt gedaan ter voldoening van een algemeenen plicht of een natuurlijke neiging der maatschappij? Wat dit laatste aangaat, mag de staat enkel gedoogen, of moet hij het in de hand werken, dat ieder bij voorkeur ook de stoffelijke belangen ter harte neemt van de „huisgenooten" van zijn bizonder geloof, alsof de overeenkomst van belijdenis eene ondersoort vestigde, waarop wij wegens gemeenschappelijk wezen een nadere betrekking hebben dan op andere menschen. Van den anderen kant wordt toch weer als iets voortreffelijks geprezen, dat iemand zich evenzeer beijvert om andersdenkenden bij te staan.

Dit brengt ons tot een blik op het onderwerp van eigendom en bezit. Is de mensch krachtens de natuur der dingen meester van alwat hem dienen kan; en zoo ja, behoort hij dan niet afstand te doen van hetgeen hij niet gebruikt of niet noodig heeft, en heeft de staat te zorgen dat dit geschiede, opdat anderen niet in hun leven noodeloos belemmerd worden? Of zoo hij dat niet enkel uit voorzichtigheid nalaat, maar er geheel niet toe gerechtigd is, omdat hij eigendommen te beschermen maar niet eerst te scheppen heeft, waarom belet hij in sommige landen den eigenaar, b.v. het zijne weg te schenken en na te laten wat en aan wien hij verkiest? en wat machtigt hem b.v. .zichzelven onder den titel van overgangsbelasting overal in te dringen als medeërfgenaam, in plaats van uit de gezamenlijke inkomsten der burgerij, 0111 het even in welke handen zij zijn, zijn evenredig deel te vragen? Men heeft zijne bemoeiingen tot beperking van den eigendom willen rechtvaardigen door aan te nemen, dat de staat een organisme zou zijn, in werkelijkheid en niet enkel bij wijze

Sluiten