Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeger geleverde, begripsverwarringen, grove denkfouten, die wij den ontwerpers van grootsche stelsels ten goede houden, moeten door de achterhoede, zoo zij tot den voortgang van het werk wil bijdragen, met geduld en overleg worden opgeruimd. Men zal die gebreken niet verhoeden door hen die denkers van beteekenis beloven te worden, aan een opzettelijk daarvoor beraamde opkweeking te onderwerpen, gelijk nog onze jongste wetgever op het hooger onderwijs zich dat schijnt te hebben voorgenomen. De eigenlijke wijsgeerige aanleg toch verraadt zich bijna altijd eerst lang nadat het geraden werd, een wetenschappelijke loopbaan onder vele te kiezen. Onverwachts, en onder zeer verschillende omstandigheden, komt dat niet kwistig verspreide talent aan den dag, dat wij dan wel nemen en op prijs stellen moeten waar en zooals het zich aanbiedt. Maar door de algemeene inrichting van het akademisch onderwijs kan de gewoonte van zelfdenken, onder voortdurend teradegaan met hen op wier schouders wij staan, meer en meer gevestigd worden. Hij die dit laatste verzuimt, komt veelal met het lang te voren bekende als met een nieuwe openbaring aangedragen, en stelt zich op éene lijn met die wonderlieden in de geneeskunde, die door overmatig zelfvertrouwen een tijdlang grooten opgang maken, en daarna blijken, — hetgeen den bedachtzamen vakgenoot niet verrast, — het meeste van wat zij hadden toegezegd te moeten schuldig blijven. Met dat al zal de vorming van wijsgeerig ontwikkelden meer gebaat worden door een algemeene opwekking van wetenschappelijken zin, — om het even waaraan de geest zijne krachten oefent, — dan door een herleving dier verplichte zoogenaamd philosophische oefeningen, waarin menigeen weleer zijn tijd verspilde aan onderwerpen boven zijne bevatting, om

31

Sluiten