Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doorsnede, aan de balzijde voorzien van een steel, om er op den waterspiegel stooten mee te kunnen geven. In de balzijde zijn eenige gaatjes ter grootte van bijna een centimeter geboord om de lucht door te laten.

De visscher geeft een harden doch korten stoot met het werktuig op het water, zoodat iedermaal eene soort van ontploffing ontstaat, vergezeld van een pijnlijk gefluit veroorzaakt door de lucht die door de gaatjes ontsnapt.

Wanneer men bij stil weder op een kwartier afstand van den visscher is, kan men reeds duidelijk de dof donderende stooten hooren en men denkt, als dit boven het water zulke verbazend angstige geluiden teweegbrengt, hoe is het dan wel beneden gesteld?

Wie zal het ons zeggen anders dan de visschen? Mij hebben ze het eens gezegd.

Varende in een schuitje kwam ik eens voorbij een visscher die op eene niet zeer diepe plaats aan 't plompen was. De visscherij met den kaaskop heet men plompen.

Ik wilde het moordwerk van nabij gadeslaan en voer vlak bij den visscher. Toen de lichte netjes, die kris en kras door het water worden uitgezet klaar stonden, begon de kaaskop zijn werk.

Men kon den visch in alle richtingen zien wegschieten, ja enkelen kwamen met den kop tegen mijne schuit terecht en lieten zich dan, voor een oogenblik machteloos naar beneden zinken om weder opnieuw een zet terzijde te doen, waardoor alles zonder uitzondering in de netjes terecht moet komen.

De schrik maakte de visch zinneloos en totaal tot verdediging onmachtig.

Het gebruik van den kaaskop, kan mijns inziens moeielijk den toets aan de wet van 1857 doorstaan. In artikel 25 lezen wij dat het verboden is

» . . . c. te visschen elders dan in de rivieren, stroomen, meren en plassen wanneer het water met ijs bedekt is, tenzij met toestemming van onzen commissaris in de provincie,

y>d. visch te vangen door vergif of bedwelmende middelen."

Sluiten