Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonderen doen. ... Je moet mij helpen, Marcelio, om haar te spreken, alléén, met niemand er bij. . . . dan zal ik haar alles zeggen, wat ik gezien heb van misère en verschrikking, van het volk in verdierlijking en vervuiling, en van haar zusteren, die 's avonds door de straten gaan, om uit honger haar schande

te veilen! want het zijn toch haar zusteren, niet

waar, Marcelio? Jezus zou ze toch óók haar zusteren hebben genoemd. . ."

Marcelio legde zijn hand medelijdend op Paulus' schouder.

„Wat zal jij nog een verdriet in je leven krijgen," zeide hij waarschuwend. „Met zulke geëxalteerde ideeën kóm je er heüsch niet, kereltje — ik voorzie niets dan

beroerdigheid voor je en onmógelijk maken zal

je je óók bij Haar Koninklijke Hoogheid dat

kan niet uitblijven "

Paulus zag zijn aristocratischen vriend in verbazing aan, en kon maar niet begrijpen, hoe zijn fijne, gedistingeerde gezicht er zoo kalm en correct bij bleef. Alles, wat hij zelf in bangen twijfel en met tranen had bedacht, scheen Marcelio nu toch óók te weten. Dat ééne, dat vóór alle wetenschap, vóór alle bespiegelingen over sociale toestanden noodig was, het eenvoudige, christelijke erbarmen van den éénen mensch vóór den anderen, de deemoedige deernis, de goddelijke chariteit, zonder welke alle sociale

Sluiten