Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleine amandelboomen in bloei staan. Die liefelijke boompjes stonden daar met hun lichtroze bloesems, onschuldig als jonge maagdekens in roze tooi —

Paulus staarde in verrukking in het rond, over het land vol bloesemende boomen en bloeiende bloemen, over de vlakke, zacht-spiegelende zee. In de verte zweefde langzaam een schitterend, blank zeil over het wijde water, rustig en welbewust, als een ziel, weg-varend in het eindelooze.

Zóó stond Paulus aandachtig te staren in den jongen, reinen morgen van het Zuiden. En het was hem, of hij een glimlach had gevoeld van Gods aangezicht....

Den verderen dag ging hij door, als een vrome een cathedraal. Over alle dingen om hem lag schoonheid en devotie. — De harde gezichten der menschen waren verteederd, en wonderlijk zacht gebaarden de boomen en de bloemen. Hij wandelde droomend langs de zee, en over bergen, en door dalen, uren lang, tot de tijd. zou zijn voldragen, en hij óp mocht gaan tot de sfeer van Leliane.

Iets van zijn zoet geheim lag over de wereld verspreid. Het was, of de boomen het wisten, de kuische palmen, met hun plechtige waaier-bladen, onbewegelijk in het licht, de teêre mimosa's met hun broze loovertjes, die beefden van innigheid, de

6

Sluiten