Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

orden, en als een lichte bode uit een sfeer van glans ■en glorie zag Paulus hem binnenkomen.

„Houdt je nu goed," zeide Marcelio, „denk er om, het is een héél groote gunst van Haar Koninklijke Hoogheid, dat zij je ontvangen wil. . . waardig zijn, hoor, en kalm ..."

Toen voelde Paulus zich geleid worden door marmeren gangen, op zachte, donzen tapijten, die .zijne voetstappen dempten. Aan weerszijden, in lange rijen, stonden porseleinen potten met rozen, en de lucht was vervuld van zoete, geurige aromen. Deftige lakeien in blauw en goud, met witte zijden kousen, liepen voor de deuren heen en weder. In een anti-chambre, die hij voorbij kwam, zag hij menschen in magnifieke staatsie-gewaden, met gepluimde steken, den degen op zijde. Toen deed Marcelio een deur open, duwde hem zachtjes naar binnen, en hij stond alleen.

Verbaasd keek hij om zich heen. Wit was alles, wit, van een sneeuwen, leliën witheid. De muren waren met witte zijde behangen, waarin groote waterlelies waren geweven, en beneden waren de wanden met een lambrizeering van wit, ivoorachtig hout. Het zware tapijt was van witte, glanzende stof. De meubelen waren van zacht ivoor met zilver, de tafels waren ingelegd met wazig parelmoer. Hier en daar stonden groote, broze vazen van transparant ±>lanc de Chine, waaruit vreemde, witte orchideeën neêr-

Sluiten