Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij kón er in 't eerst maar niet toe komen ... Maar waar zou hij dan van moeten leven later? Altijd maar dat koninklijke geld van de prinses aannemen, als een aalmoes? Toen voelde hij, dat hij het doen moést, en zette hij zich aan den arbeid.

Het was een teêr en heel pijnlijk werk, al dat lieve uit zijn ziel voorzichtig naar buiten te brengen, en te bewaren in zachte, broze woorden. Het was zóó fijn alles, en uit zoo'n ijle sfeer gekomen, dat hij ieder oogenblik bang was, het te breken, als het rythme te brusk leek, of de klank te hard. Hij schreef het in de stilte neer, of hij het aan zichzelf vertelde, en niemand behoefde het te hooren, dan hij, in de heilige stemming, die over hem kwam, als hij zich terugdacht in het Bosch. De vrije vogels zongen in zijn boek, de bladeren ruischten, de hooge kruinen stonden zachtjes te wuiven tegen den hemel vol sterren. En de witte waterlelies lagen roerloos op den vlakken vijver, door geen rimpeling verstoord.

Als hij dan, moe van 't schrijven, buiten kwam, om zich door een wandeling wat beweging te geven, schrikte hij van wat hij doen ging. Dan zag hij de harde gezichten van de menschen. hun breed gebaar, en den hoon in hunne oogen. Het brute, bruyante stads-lawaai kwam brutaal over de stille stemming van zijn ziel. Al het teedere leek hier weg, in die drukke straten, en de mooie, zachte dingen,

Sluiten