Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehoord, en reciteerden nu en dan een vers, door allen toegejuicht, waar hij absoluut niets van begreep. Hij raadde in hen het opgeschroefde, het verwrongene, het wanhopige pogen, om toch maar iets te wezen dat vóór alles niet gewoon was en den eenvoudigen bourgeois kon verbazen. Één ding alleen leek hem echt in hen: hun liefde voor Lavelane. Hij voelde het afschuwelijke er van, dat een zoo groot dichter als hij tot éénige vereerders moest hebben dit luidruchtige, artistiekerige troepje décadenten, en dat hij dit bohémien-leven moest leiden van kroegloopen, zonder home en zonder liefde. Maar als hij dan even in die wondere, blauwe oogen zag, zoo teeder en zoo klaar, voelde hij zich weer gerust, en wist hij dat de ziel, die zich daarin weerspiegelde, tóch altijd behouden zou blijven, veilig in eigen, vlekkelooze sfeer. Hij zag het grimmige titanen-gezicht al rooder en rooder worden onder het vele drinken, en de magere handen beefden zenuwachtig, als zij het glas opnamen. Maar de hemel-blauwe oogen waakten rustig, als stille sterren ....

Toen dacht Paulus aan de sublieme verzen van liefde, die de ziel van dezen mensch gezongen had, en van de ontzaglijke smart, toen de Liefste hem verlaten had, en hij eenzaam was achtergebleven met al de schoonheid, die hij haar had willen wijden. Na dat wreede verraad aan zijn ziel door zijn Lief,

Sluiten