Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En het was Paulus wel eens of er twee Leliane's waren, de eene een schijn-beeld in de weifelende werkelijkheid, bedreigd door het ruige, roode Beest, dat het verstikken zou, de andere onsterfelijk, in de lichte sfeer van den droom zijner ziel, smetteloos, in eeuwig reinen staat van leliën blankheid. —

Ook droomde hij wel eens van de stad, zóó klaar duidelijk, dat hij zich, wakker wordend, afvroeg, of het wel schijnbeelden waren geweest die hij gezien had, dan wel, of zijn ziel werkelijk in Leliënstad had getoefd, terwijl zijn lichaam sliep.

Ééns was hij op het groote Domplein geweest in zijn droom. Hij zag het leelijke, kolossale gevaarte monsterachtig oprijzen tegen een droevige, grijze avondlucht, en zijn ziel schrikte en trilde pijnlijk toen hij de blinkende, gouden letters las boven den ingang:

Ziet, ik ben bij u Alle dagen Tot aan der Wereld Einde.

De regen striemde neer op den grond, de wind huilde en huilde. En klagelijk liepen de jammerlijke vrouwen der schande over het plein, loerend, loenschend

naar haar prooi, als roofdieren in honger

Toen hij wakker werd, zag hij door het open venster het zonlicht op de wuivende bladeren bewegen, en hij hoorde het liefelijke lied der vogels, uitzingend

Sluiten