Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

len hier enkel letten op onze vaderlandsche letterkunde na 1880, schoon wij voor hetzelfde verschijnsel den blik ook naar andere landen kunnen wenden; het is de opkomst der taal-artisten. Niemand zal kunnen ontkennen, dat er een goed deel waarheid schuilt in hun verzet tegen de alledaagschheden der rhetoriek, in hun opstand tegen zoogenaamde clichés, maar toch doen zij ons aan de andere zijde weder denken aan de tijden van verval in het Romeinsche rijk, toen de rhetoren en sophisten den hoogsten roem wegdroegen en telkens nieuwe lauweren inoogstten met hun woorden-kunst, die niet altijd in woorden-spel behoefde te ontaarden. Men is verliefd op mooie woorden, op kunstigen versbouw, op schoon proza of ten minste op hetgeen men tegenwoordig zoo gelieft te noemen; bovenal is men verliefd op zich zeiven en schept behagen in zelfuitstalling. Zoo zijn dan ook de oude mystieken met hun vaak onbeholpen stijl vervangen door de taalkunstenaren, wie het minder om de mystieke stemming dan wel om haar uitdrukking in schoone woorden en klanken van taalmuziek te doen is. Ja, zoo is ' bij de oude mystiek nog een nieuwe gekomen van X \ een geheel andersoortig karakter, de mystische vereering van i>het woord", waarin de oude schrijvers zich zeker in het geheel niet tehuis hadden kunnen vinden.

Hoe vreemd het ook klinken moge, wij hebben

Sluiten