Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in sneller aanstappende voorbijgangers en vermeerderd geraas van ver gerij.

Tot ineens een schel, kort rinkelend in felle ruk, inbrak in de dorape rust.

Een moment wilde de slaap van het huis overhellen tot bewustzijn, maar daarna viel het gesnork weer in zijn geregelde dreun en niets scheen gebeurd.

Opnieuw klankte de schel, nu langduriger luidend.

Doffe mompelwoorden en zwaarkrakend beweeg ontstegen het alkoofdonker. Toen een vrouwestem, vakig-schor en smorend onder dekens:

— M'rie, doe 'sopen... M'rie! en, daar het stil bleef in de gang: M'rie dan!

Een licht fronselen en kraken in het gangetje, doffen van haastige bloote voetjes op houten vloer, en de gangdeur, die op de trap uitkwam, knapte uit haar slot. Het was of hiermee het buitenleven van de straat intoog, en nu overal de gave stiltebol in geluiden openbarstte. Er was even een geplens van vocht overgieten, onverschillige mompelgroet van een grove stem... Daarna hosklosten zware schoenen de trap af en knapte de deur weer veilig dicht.

De vale alkoofschemering echter leefde nu in

Sluiten