Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steê in de gang gehoord had, lag de vrouw weer stil op de rug te kijken in het alkoofhokje, dat de morgen nu gevuld had met vuilgrijze schemer. In de kamer, in de gang en ook voor, bij den commensaal heerschte weer stilte en van boven kwam evenmin geluid. Overal de Zondagochtendrust van lang uitslapen en genietende luiheid.

Tot beneden een klok sloeg met donkere klank.

— Jees! half negen al,... ergerde de vrouw op en toen brom-fluisterend om den commensaal in de voor-alkoof niet te wekken, tot haar man:

— Toe, ga d'r nou uit... 't wordt anders weer zoo bliksems laat... ik mot 't kind ook nog wasschen ook.

— Nou, ga jij d'r uit... kwam zijn antwoord, dof-gesmoord, maar toch met een duidelijk sarrig accent er in.

— Ik mot 'r alle dag vroeg uit... doe jij 't nou 's... breng jij mijn nou 's thee op bed...

Zij wou kwaad worden. Verrek jij !... begon ze, maar hield zich in, trok haar grof geluid tot een klein-kindergeluidje in, vakerig klagend, krompratend.

— Heb nog zóo slaapie... ben nog zoo moei... Kan niet opstaan Dirkie!...

— Mensch, stel je niet zoo an, kwam hij met

Sluiten