Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zag hij de dikke lippen norsch-gespitst, de kattige oogen dof-klein onder 't knorrig-rimpelend voorhoofd en begreep dat 't nog altijd mis was. Dat was beroerd! Hij mocht zijn vrouw wel, als ze 's Zondags zoo frisch gewasschen met 'r bloote armen rondliep .. . dan had-i altijd lust met 'r te dollen. Ze scheen 'm dan ongewoon verleidelijk en hij zag 'r anders nooit zoo . .. Maar 't was verdomd nou élke Zondag dat ze juist om die streek zoo krengig kwaad liep ... Wat scheelde dat mensch toch?

Hij had de laarzen blinkend gepoetst en ging ze, geduldig-sloffend, heel voorzichtig en onhoorbaar neerzetten aan de voorkamerdeur. Toen hij terugkwam riep Kato hem uit de kamer toe, dat z'n koffie klaar stond op de keuketafel. Zuchtend nam hij zijn kop mee naar voren om 'r de krant bij te lezen.

Kato zat de hare in de achterkamer op te drinken, zoo maar even op een stoel aan de wand, de beenen wijd-uit, dat haar rok, tot een breede schootkuil gespannen, strak trok over de knieën. En terwijl ze de elboog ondersteunde met de linkerhand, omvatte de rechter breed de kop, de gebarsten werkvingers, stompzwartgenageld en met dikke vleeschrimpels op de geleedingen.

F. Coenen Jr., Zondagsrust. 3

Sluiten