Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die zeurig en waterbleek rond hem opstonden: tafelvierkant met 't wezenloos zeilgeglim, oude kanapee van dofzwart leer met lichtvegen van duffig wit over de rechte rug en waarvan het overtrek hol was ingeslapt, tot de draad versleten roodzwart karpet over het kil glanzig zeil.

Tusschen de ramen stond een vogelkooi, waarin een uitgebleekt geele kanarie heen en weer wipte in een dor-ritselig geluidje. Verhoef bleef bij de kooi staan, onverschillig oogend op het vervuild-drekkig grondje, naar het armzalige diertje, dat in zijn ziekelijk opgezette veertjes, rusteloos hipte, op en neer. Even kraste hij met breede zwarte nagel langs de traliewand, zoodat de kanarie met gespreide vlerkjes razend tegen de andere wand opvladderen ging, het fonkel-zwarte kraaloogje wijd-rond van angst.. . Stomme hannes! grommelde Verhoef, de kooi latend om voor 't raam te gaan, waar hij bleef uitzien naar wat er sedert de morgen veranderd was.

Niet veel, vond hij. Toch, over de zwarte tuintjes met hun ijle, herfstkleurige boompjes heen, had de stijve rij van donkergrijze pleistergevels een aanzien van stemmigheid, van Zondagsche beslotenheid en rust. Niemand op de lange balkons, deuren en vensters dicht gesloten,

F. Coenen Jr., Zondagsrust. 5

Sluiten