Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrikten. Maar tegelijk klingelde slapjes de bel.

— O, daar za-je d'r net hebbe, vervolgde ze kalmer. — Wacht 's, ik zal d'r 's effe!... Is dat uitblijve!

En zij schoof log-haastig tusschen tafel en wandkastje door naar de deur.

— Och, laat dat nou maar 's gaan, moeder... riep Verhoef haar achterna... hou nou maar je gemak 's voor 'n keer!...

— God, mensch... maak je nou nie overstuur ... ze is t'r nou ommers! waarschuwde ook de oude, meelijdig voor wat haar niet aanging, tevreden nu samen met Verhoef haar dochter te kunnen contrarieer en, maar toch wel gespitst op wat emotie. Want ze dachten dat er een hevige scène beginnen ging. 't Liep echter vrij kalm af.

Wel hoorden zij, na 't deur-opentrekken, een woed-grauw de trap omlaag:

— Waar heb jij zoolang gezete? Waar kom-i vandaan?...

Maar toen van beneden 't dunne kindergeluid benauwd opklonk: ik most zoo erg lang wachte, moe!... en boven op het portaal de donkere vrouwestem nog een poos opgebromd had, afwisselend met de hooge kinderstem, schenen

Sluiten