Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oude had eerst schielijk het hare leeggedronken, daarna het achteloos weer gevold, al pratend .... En nu, telkens als Verhoef en de vrouw hun lege glaasjes reikten: — gee 'me d'r nog eentje! of: is d'r nog een druppie? — deed zij meteen ook het hare weer vol.

Die bij het raam hadden dat gedoe wel bemerkt en elkaar een oogje gegeven, maar niets gezegd. Alleen was er een seconde oplettende hapering in 't gepraat en schuinsche blikken, als de oude weer met haar zwartige knokels de hals van de flesch omvatte.

Van de Allerhande echter knabbelde achtereenvolgend juffrouw Verhoef de meeste weg en nu opgewekt door de drank, kwam zij weer te vertellen van d'r nieuwe vrindin, die mentenee, mevrouw Van Schulik, hoe rijk 't daar an huis toeging.... wat een vracht kleere dat mensch had, en wat een juweele!.. .

— La-se zich mevrouw noeme ? wat 'n malle kak! .... kwam de zure stem van de oude, met een snuf en een veeg van haar hand langs de neus.

— Nou . . . dat mö-je nou nie zegge, moeder .... ik zou nie wete waarom niet! . . .. menig rijke van de Heeren- en Keizersgracht, die haar cente niet hèt....

Sluiten