Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sloop ze de kamer uit in 't rommelig keukentje binnen.

Hier ging ze op een bovenhoek van het glazenkastje reiken naar een leege stopflesch, waarin ze een zakje balletjes bewaarde.

Ze had ineens trek gekregen, behoefte aan wat lekkers, nu ze zoo knus alleen te lezen zat, en 't was haar in gedachten gekomen, dat ze nog van eergisteren dat zakje had ... Ze nam er een, met voorzichtig uitvouwen van 't kreukelig papier ... balletjes ... lekker om op te zuigen . . . strak zou ze 'n koppie koffie zette, als ze d'r trek in had . .. nou dat zakkie maar meeneme . ..

Maar terwijl zij de flesch weer wegzette in de kasthoek, stond ze plots roerloos, ophoorend, haar gezicht geneigd naar 't slaperige, doezellichte gangetje . . .

Hoorde ze daar zus niet huilen?

Een neussnikkend, onderdrukt weenen, lang\ uithalend, klaagde uit de gangbedsteê, waarvan de deuren op een kier stonden. De vrouw schrok er van, zoo akelig als dat door de stilte klonk...

Met een paar stappen was zij aan 't bed.

— Wat mankeert jou? Grien jij zoo? Waarom slaap je niet?

Hartstochtelijk opsnikken antwoordde, en nu

Sluiten