Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

chocolaadjes houdt en van pralientjes en van caramels, maar die krijgt ze van stoute mannetje niet... ga weg, stoute mannetje!

Zij stootte hem van zich af en deed of ze hard heenloopen wou; maar hij hield haar om het middel vast, trok haar naar zich toe, lacherig, verliefd. En ineens brak zij weer in lachen uit, hetzelfde lachen, dat hij gehoord had bij 't inkomen, en waarin iets vulgairs doorklonk.

— Doe ik niet gek? vroeg zij toen — net een klein kindje, hé? Zoo doe ik nou altijd, ook tegen vreemde menschen. Die moeten dan wel denken dat ze een gek voorhebben, niet? Maar ik kan 't niet laten.

Zij zaten nu in't kamertje,'t hokje tusschen café en achterkamer, dat met een raam — naast de smalle deur — op 't café uitzag, 't Raam had schuine neteldoeksche gordijnen en ook een rolgordijn met franje. Een geschulpte bruine mahonie-tafel stond er dicht voor, en rondom op gesleten bruin tapijtje, langs de wanden drie stoelen met roodtrijpen zittingen. Tegen 't wit papier van de muren een boekehanger en een chromo, en op de tafel een groote pluimige Maquartboeket in vaas met zilveren voet.

In dit hokje, waar 't schei-gelend licht uit

Sluiten