Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gek! ze had van morgen de kaart gelegen in ' bed en altijd was 't uitgekomen op groot geld en op een zwarte jongen. Dan zou ze met hém kwaad moeten worden ... Arm ventje!... Hij kon toch ook wel zeuren .. . maar om 't zoo ineens af te maken, dat ging niet, daar had ze 't hart niet toe ... Gek! zoo'n gevoelig hart als z ij had . . . Een ander had 't al lans gedaan ... Je mot toch leven! .. . Maar hij zou d'r zoo beroerd van zijn... Nee, 't kon niet... 'tkon niet!... Hij zou d'r misschien de tering van zetten ... Dan die andere maar .. . Dat was ook jammer!

Een oogenblik stond zij roerloos haar beeltenis aan te zien; toen, geërgerd, schudde zij heftig het hoofd . . .

Och kom, zij zou wel zien hoe 't liep .. . nu maar naar 'm toe, hij zat er wel een half uur alleen, die goeierd!

De jonge man had intusschen stilgezeten in 't half-duister kamerhokje. In de rust van het hei-lichte café hoorde hij de hortende grommingen, als de stoker — zijn kameraad was weggegaan — sprak. Daartegen, één lijn van heete fluistering, Maries stem, die onafgebroken ijverde. Zij scheen hem tot iets te willen drin-

Sluiten