Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Dat gaat je nie-an, wat ik gedaan heb... Stil, hou je kop recht en niet zoo met je gezicht trekken ... Is die vent 'r nou nóg al ? vroeg zij opeens, door het vitrage spiedend in 'tcafétje.

— Ja, waarom niet?

— Nou, voor zijn dubbeltje is-ti [d'r lang genoeg geweest... Kijk's ... luister's ... die Marie zit 'm te belezen, geloof ik.

Zij hoorden oplettend een oogenblik in de stilte.

— Toe nou, snoeshaantje! toe nou! verstonden zij duidelijk uit de fluistering van Marie.

— Hoor je wel, die Marie wil 'm plunderen, de stakkerd, fluisterde zij half-geërgerd, toch lachend; — zoo'n gemeene meid, hé?

Toen, met haar handen op zijn schouders, keek zij hem vol aan eenige oogenblikken. Haar blauwe oogen staarden, half-gesloten, begeerend in de zijne. Haar lippen waren even van elkaar. En langzaam kwamen haar vooruitgestoken lippen nader tot zijn mond en sloten zich eindelijk met kracht er op. Hij gaf de zoen terug en zij bleven lang zoo, met de lippen opeen, wiegend hun lichamen, de armen om elkaar.

En daarna, terwijl een gloed hem doortoog, zoende hij haar overal op haar gezicht, lag zij met het hoofd tegen zijn borst, hij op haar

F. Coenfn Jr., Zondagsrust. 14

Sluiten