Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te grijzen, was het voorkomen van den heer Meryan dat van een man op de middaghoogte zijn levens. De niet rijzige maar breedgeschouderde gestalte versterkte als het ware den totaalindruk, teweeggebracht door de trekken, de stem, de oogen, de gebaren. Zijn geheele persoonlijkheid droeg den stempel van een zelfbewuste kracht, die de veneratie van den knaap volkomen

scheen te wettigen.

Hij zat thans druk te cijferen, nu en dan korte vragen tot Barthold richtend, en telkens, wanneer hij de vlugge, schrandere antwoorden vernam, was er een tinteling van voldoening in zijn

oogen waar te nemen. (

„ Ik ga ook gelooven, dat je werk goed is, Bart," zeide hij voor de tweede maal alles napluizend, „ maar... een fout in het boek is toch ook moeielijk aan te nemen."

Hij begon weer van voren af aan met onuitputtelijk geduld, totdat hij eensklaps glimlachte.

Daarna tikte hij zijn zoontje op het hoofd met de liniaal, waaimede al dien tijd zijn linkerhand had gespeeld.

„ Die flinke bol daar heeft er geen schuld aan, maar toch ligt de fout aan jou! Het is eenvoudig een vergissing met transporteeren of liever, je hebt het goed gedaan, maar het cijfer onduidelijk gezet... kijk maar: het is negen in plaats van nul! Het streepje staat er niet duidelijk genoeg, en bij het terugkeeren tot het eindcijfer hield je het telkens voor een nul, en ik ook. Daar zit het. Nu zullen we er wel komen." _

„Mag ik het doen?" vroeg Bart, heesch fluisterend m zi]n

spanning. ,

Zijn vader gaf hem de pen en bleef toekijken totdat de uitkomst niet twijfelachtig meer was. Toen wierp Barthold met een „ hoera! het boek in de hoogte, en met dezelfde onstuimigheid die vroeger zijn ongeduld had gekenmerkt, sprong hij op, zijn vreugde lucht gevende door een paar buitelingen over het tapijt, die een clown geen oneer hadden aangedaan.

Hij was opgewonden blij nu en zijn oogen schitterden na die bniteling. Maar geen vroolijke lach verscheen op het kindei gezicht, en na die eene hevige maar kortstondige uiting keken de oogen

weer even ernstig als te voren.

Zijn vader stond op, gereed weer naar zijn studeerkamer terug

te keeren.

„Als er 's avonds weer eens iets hapert met je werk, kom dan liever dadelijk bij me. Je weet immers dat je dit altijd doen mag!

Sluiten