Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geantwoord, hoe Jezus hiermede alleen had willen duidelijk maken, dat men van zijn rijkdom ook iets aan anderen moest afstaan.

Van dien dag af evenwel verzocht hij den kleinen jongen, die toch de eenige interpellant bleek te zijn, alle vragen over den bijbel uit te stellen tot na tafel. Dit uur van den dag was hij gewoon geheel aan zijn kinderen te wijden. Hij stoeide met Baby, en met de jongens deed hij spelletjes of las met hen, en zoo kwam ook 's avonds vaak de bijbel ter sprake en gaf hij verklaringen, o. a. van de gelijkenissen, die Barthold prachtig vond. Maar het gebeurde ook wel eens, dat de knaap redenen meende te hebben om hetgeen Jezus tegen zijne discipelen zeide, onbewimpeld af te keuren. In hoofdstuk XII van het Evangelie van Lukas was een passage voorgekomen, die hem den geheelen dag niet meer uit het hoofd wilde. Het was toen Jezus tot de verzamelde schare zeide:

„Meent gij, dat ik gekomen ben om vrede te geven op aarde? Neen, zeg ik u, maar veeleer verdeeldheid!

„Want van nu af zullen er vijf in één huis verdeeld zijn, drie tegen twee, en twee tegen drie.

„De vader zal tegen den zoon verdeeld zijn, en de zoon tegen den vader; de moeder tegen de dochter en de dochter tegen de moeder; de schoonmoeder tegen hare schoondochter en de schoondochter tegen hare schoonmoeder."

Zoo'n tweedracht te zaaien in de gezinnen, zelfs ter wille van God, kon toch niet goed zijn, meende hij, en toen na den eten voor hem het heerlijkste uur van den dag was aangebroken, uitte hij zijn bedenkingen hardop.

Tot zijn groote verwondering was vader toen bijna ongeduldig geworden, hem zeggend, dat hij nog veel te klein was om over een zoo verheven boek als den bijbel en een zoo grootsche, edele figuur als Christus een oordeel te mogen hebben. Dat zelfs de grootste geleerden niet bij machte waren een zoo oud geschrift geheel en al te verklaren. Dat liet bovendien geschreven was in den beeldenden stijl der oudste Oostersche volken — dat de Apostelen, die de woorden van Jezus hadden opgeteekend, dit deden elk op hunne wijze. Het was dus zeer goed mogelijk dat Jezus zelf zich veel zachter had uitgedrukt. En niemand dacht er aan dergelijke uitlatingen woordelijk op te vatten.

Nog veel meer had vader over den bijbel gezegd, en ook over de Kananeesche vrouw, die hij er bij haalde. En hij had eerbiedig

-

Sluiten