Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigen vrouw, en nu van den zoon, door hem als zijn geestelijk en intellectueel evenbeeld beschouwd, verlangde, dat hij zou verloochenen het bloed dat hem door de aderen vloeide.

Weder zijn een drietal jaren verloopen.

Johan, die zich te Leiden veel te goed amuseerde om sterk naaizij n promotie te verlangen, was nog steeds aan de academie; en Barthold, na de Hoogere Burgerschool met vijfjarigen cursus te hebben doorloopen, zou weldra naar Delft vertrekken om daar voor technoloog te studeeren.

Het was nu een avond in het vroege voorjaar. Meryan, na als gewoonlijk, het thee-uur met zijn vrouw en dochter te hebben doorgebracht, was tegen negen uur naar zijn kamer gegaan, om te werken. Hij had het ontzettend druk gehad den laatsten tijd. Zelfs had hij, wat anders zelden gebeurde, zijn eersten boekhouder dezen avond nog moeten ontbieden om voor den volgenden dag eenige hoog noodige zaken te regelen, en nadat deze tegen elf uur was heengegaan, bleef er nog een stapel arbeid vóór hem liggen. Onvermoeid, met een ijzersterk gestel begiftigd, zat hij dan ook rusteloos te pennen, toen zijn vrouw een uur later het hoofd om de deur stak.

„Vind je 't niet vreemd, Meryan? Het is al haast middernacht en Bart is nog niet thuis."

„Zoo laat al? Waar is hij naar toe?"

„Dat weet ik niet, hij heeft niets gezegd. Maar als hij plan heeft later dan elf uur thuis te komen, waarschuwt hij me altijd."

„Och, hij zal bij een van zijn vrienden zijn blijven hangen," zeide haar man al voortschrijvend, „ga maar gerust naar bed; ik blijf toch nog een poosje op." En toen zij nog draalde, vervolgde hij met een hal ven glimlach: „als hij over eenige maanden voor goed het huis uit is, kan je toch nooit meer controleeren hoe laat hij thuiskomt. Op zijn achttiende jaar is hij geen kind meer."

„Ja maar, er moet iets bijzonders zijn. Hij zorgt altijd me niet ongerust te maken, en als er dus een feestje of iets van dien aard is, zegt hij het van te voren.

4

Sluiten