Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwamen plotseling tal van vragen hem bestormen. Gedurende het discours over Carla waren langzamerhand weer allerlei bijzonderheden haar betreffende hem voor den geest gekomen. En nu vroeg hij zich met een zekere aarzeling, of een meisje, dat zich in de bosschen door studenten liet kussen, wel een geschikte vriendin

voor zijn zuster kon heeten.

Waarom moest die Carla nu ook juist bij hen in huis komen t redeneerde hij, met snelle stappen de grachten afloopend. Hij was uitgegaan, om aan de obsessie zijner gedachten te ontsnappen, maar, of hij wilde of niet, telkens weer moest hij op die _malle

historie" terugkomen. ..

Was hij tegenover zichzelven verantwoord, als hij zijn vaaei in den waan liet dat zij voor Baby een uitstekende gezellin zou

wezen? , . , ,,

Maar hij kon toch niet gaan vertellen wat hi] gezien had. Dat

was immers totaal onmogelijk!

Dan op eenmaal namen zijn gedachten een andeie wending. Hoe vreemd dat dit meisje plotseling zoo ongelukkig was geworden! Al stond het begrip „ geruïneerd" hem slechts in zeer vage trekken voor de verbeelding, dit toch was hem duidelijk, dat zij voor het oogenblik geen dak, geen tehuis had, dat hun woning haar een toevlucht zou zijn. Wat was dat een vreemd,

bijna onmogelijk vreemd denkbeeld!

Dat voorval uit vroegere jaren had eigenlijk zoo weinig ïeëels voor hem behouden. Het scheen hem meer iets gedroomds toe. Maar nu langzamerhand werd alles weer veel duidelijker en herinnerde hij zich steeds meer bijzonderheden, onder anderen zijn razernij tegen Karei de Mast! Hij lachte in zichzelven, dacht eraan, hoe deze juist onlangs zijn verloving had aangekondigd met een meisje uit Leipzig, bij wier vader hij op een handelskantoor werkte Het kon wel wezen dat hij en Carla vroeger zoowat verlovinkje hadden gespeeld, totdat die treurige geschiedenis met haar vader was tusschenbeiden gekomen. Maar het kon ook wei wezen dat • • • •

Hij had kunnen stampvoeten van ongeduld over het telkens teruggaan zijner gedachten naar die beuzelarijen die hij heelemaal

vergeten had! , , .

Maar het was ook zoo gek, zoo bespottelijk gek, dat zi] opeens

bij hen zou komen wonen, misscmen wei vuui m.igou

idee alleen had hem kunnen doen schateren, als het hem au fond

niet zoo nijdig had gemaakt. Maar wat zou hij er tegen doen.

Sluiten