Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles, met zijn vast geloof aan zichzelf en zijn toekomstige macht over zijne medemenschen.

De vriendschap tusschen hem en Robert Kant verflauwde eeen oogenblik. Aan wien Barthold zich eenmaal gaf, bleef hii zich geven. Ondanks zijn devote liefde voor zijn vader had hij het genot zich in volle vrijheid te uiten nimmer zóó gekend ais nu. Robert Kant was niet alleen voor hem de belichaming van man-

? ^ en eerliJkheid' het rustig-zorgelooze het

zichzelf-altijd-gelijk-blijvende dat hem karakteriseerde trok hem aan. Als na buien van dolle uitgelatenheid en wilde genot-koorts Barthold s ernstige analyseerende aard telkens weer boven kwam en hem zwaarmoedig maakte, werkte Robert's wijsgeerig levenslaconisme als een aangename verdooving. Met dat al was het een zonderlinge, uit allerlei verschillende elementen saamgestelde invloed, dien hij onderging — een invloed die de steilste ber°-en op zijn levensweg tot molshoopen verkleinde, doch tegelijkertijd ook hemzelf deed inkrimpen tot de allergewoonste dimensiën. En waar het eerste hem soms een gevoel van verademing schonk gat het tweede hem een sensatie van zwakheid en willoosheid

en ontmoediging alsof het leven, zooals het per slot van

lekening bleek te zijn, eigenlijk de moeite niet waard was om geleefd te worden.

In het eerst was er iets vaags en onbestemds in deze gewaarwording, maar toen zij zich begon te verduidelijken, zich te vormen tot een gedachtenbeeld dat hem ging hanteeren tegen wil en dank werd hij er onrustig onder, poogde hij het te verjagen met nieuwe vei maken en uitspattingen, totdat hij, ontwarend dat dezelfde gedachte even hardnekkig terugkeerde, aan zijn zucht tot onderzoek en analyse ook in deze richting vrij spel gaf. Uiterlijk bleef hij echter dezelfde, was altijd in de voorste rijen der feestvierenden te vinden, studeerde minder dan ooit en stond derhalve ij zijn fournisseurs heel wat hooger aangeschreven dan bij ziin professoren. J J

„ Jongen, jongen, wat was je toch groen toen je hier kwam!" zeide Robert op een avond, toen na een voor hun doen vrij kalm avondfeestje de anderen vertrokken waren, en zij beiden no^ wat bleven napraten, zich daarbij, zooals wel eens meer gebeurde" in retrospectieve beschouwingen verdiepend. „ Als je uit een achterhoek van Drente in plaats van uit een zoogenaamde wereldstad was gekomen, had je me niet meer te doen kunnen geven-"

Barthold lachte.

7

Sluiten