Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had in de werken der groote natuurvorschers van deze eeuw, Spencer, Darwin, Hiickel, Moleschott, die, volgens zijn zeggen, hem voor altijd zouden stalen tegen de ijle hersenschimmen waarmede hij worstelde. En hij had aanvankelijk van die lectuur genoten. Staande op den drempel van een voor hem nieuwe wereld, had hij bewonderd dat eerste vergezicht hem geopend, en inderdaad op menige kwellende vraag antwoord ontvangen. Maar bevredigd had het antwoord hem niet. Na de analyse zocht hij nog altijd naar de synthese van die grootsche natuur-openbaringen.

„Synthese? Wat synthese!" had Robert ongeduldig geroepen. „Verlang je van de natuurwetenschap dat zij de rol vervult van een talentvol kanselredenaar, die, na de goê-gemeente ademloos op de wieken van zijn rhetorica te hebben omhoog geheven, ze weer zachtjes op den grond neerzet en ze getroost naar huis zendt ? Ben je dan onverbeterlijk ? Is het iveten alleen niet waard, dat men een zeker aantal jaren op deze planeet doorbrengt en heengaat dankbaar voor het genotene?"

„ En zij die niet genoten en niet geweten maar alleen geleden hebben? Wat doe je daarmeê?" herinnerde hij zich te hebben gevraagd.

„Niets, daar bekommer ik me niet om, evenmin als de natuur of de wetenschap er zich om bekommert. Zou je mij misschien den heelen aardbol met al zijn wee te dragen willen geven als den aartsengel? Dank je! En ik zou het jou ook afraden. Want je helpt er niemand meê, integendeel. Het zou je verbazend kwalijk worden genomen, veel meer nog dan men het kwalijk nam achttien eeuwen geleden!"

Vaak kwam dit gesprek met Robert hem in het geheugen, juist nu in de dagen van zijn pas gevonden geluk. Want het scheen hem nu minder moeielijk te gevoelen als hij. Hij zou nu tenminste niet langer alleen voor zichzelf behoeven te leven. Hij kon nu denken aan haar, beschermen haar zwakheid, genieten van het besef dat hij haar eenmaal zou terugschenken al wat zij verloren had, ja zelfs haar hooger kon doen stijgen door zijn eigen kracht en inspanning en studie, waarvan de weerglans immers op zijn vrouw zou afstralen!

Dat was een doel waarvoor het waard was te leven.

Zoo verstreek de eene week na de andere, en brak eindelijk de maand September aan, drenkend met hare weelderige herfsttinten het boschrijke Rustoord, welks ruischend gebladerte dezen

Sluiten