Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog opdagen de oude hersenspooksels met hun achterhoede van vraagteekens. Nog altijd hunkerde hij naar levensmooiheid, en hoe meer hij hunkerde, hoe meer leelijkheid hij zag. Vooral wanneer hij soms weken achtereen in Delft bleef, en een kort briefje van haar zijn eenig zielevoedsel uitmaakte, bestormden hem al de oude perplexiteiten en had. hij weer buien van diepe zwaarmoedigheid.

„ Ik verlang er naar dat je weer eens komt," luidde haar laatste brief. „ Het is hier zoo stil en saai tegenwoordig. Je weet dat een suikeroom van Alie onlangs te Leeuwarden is gestorven, en nu is het niet gepast dat zij uitgaat, en moet haar aanstaande familie ook een beetje mee treuren! Zelfs het concertgebouw hebben wij voorloopig moeten opgeven, althans de avondconcerten, en die zijn het gezelligst. Mijn nieuwe japon die je zoo mooi vindt — je weet wel met al die kapellen-strikjes — die is, sedert je laatst hier was, de kast niet meer uit geweest.

„ Hoe zou je het vinden, als ik bij gelegenheid van de aanstaande huwelijksfeesten het zwart toch maar aflegde? Vroeger wilde ik altijd rouw blijven dragen, maar mevrouw Corduroy

wil mij een paar zeer gekleede toiletten zenden en ik wil

heel mooi zijn — mooier dan alle anderen, opdat je trotsch kunt wezen op me. Al die huwelijks-preparatieven doen me veel denken aan ons huwelijk later. Soms zou ik wel in slaap willen vallen 0111 dan pas wakker te worden op den dag, dat ik in het witte bruidskleed naast je in de kerk zal staan.

„De verlovingsring die je me hebt gegeven, wordt gelukkig door niemand opgemerkt. Ik doe hem nooit van mijn vinger, je begrijpt men zegt dat dit ongeluk aanbrengt.

„ En nu kan ik niet langer met je babbelen! mijn papier is vol. Kom nu maar gauw."

De vier zijdjes van het rose gesatineerde papier waren met haar sierlijke groote Engelsche lianepoten consciëntieus volgekrabbeld. Zoo kwam hij aan de onderteekening: „Toute a toi! Carla."

Daarna las hij het nog eens geheel over en bleef toen zitten in strakke onbewegelijkheid, de hand die het papier vasthield rustend op de knie, met zijn droomerige, zwaarmoedige oogen starend naar de dorre boomgeraamten op de kade, krakend heen en weer zwiepend door den wind.

Op eens steeg een fijn parfum tot hem op, en als tot bezinning komend, drukte hij het briefje tegen zijn lippen, diep inademend

Sluiten