Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ Maar inmiddels bleven de natuuronderzoekers met het geduld der eeuwen vorschen en vorschen in hooge goddelijke liefde voor de wetenschap als wetenschap, onbewust van de vèr-strekkende gevolgen van dat vorschen voor de toekomst der menschheid, zich er geen rekenschap van gevend, dat zij, en zij alleen — de mannen van het exact weten — in het zoeken naar liet gewordene op onze planeet zoo rijke schatten voor later zouden verzamelen. Zij ook ontdekten, hoe de gestadige ontwikkeling van het sociale instinct de verklaring bevatte van de ontwikkeling van het geweten, hoe de wreede gevoellooze anti-sociale zijde der menschelijke natuur nog een overblijfsel is van 's menschen dierlijken oorsprong. Vandaar dat bij de sterkste individualiteit, bij den hoogst georganiseerden en geestelijk rijkst ontwikkelden mensch het solidariteitsbegrip het sterkst zal domineeren.

,.Zoo weten wij thans, dat de mensch is gedeeltelijk het gevolg van wat zijn ouders zijn geweest, en gedeeltelijk wat omstandigheden, omgeving, en vóór alles de economische verhoudingen van zijn tijd, in verband met eigen neigingen en karaktereigenschappen, van hem gemaakt hebben; waarna hij op zijn beurt weer vormt de oorzaken van wat na hem zal komen.

„ Bij het licht, dat, inzonderheid in deze laatste helft der eeuw, de wetenschap voor ons heeft ontstoken, vermogen wij dan ook niet alleen te peilen onze afzichtelijkste maatschappelijke wonden want dit hebben vóór ons reeds honderden geslachten gedaan — maar wij weten thans de middelen ter genezing. Wij weten thans dat wij zeiven, wij de ontwikkelden, de bevoorrechten, de bezitters, de invloedrijken, de machthebbenden vormen en vermeerderen dien menschenmodder daar in de diepte, die nu en dan als een stroom van maatschappelijke vuilheid, als uit een riool tot aan de oppervlakte stijgend, ons doet ijzen van ontzetting.

..Wij weten, kunnen althans weten, dat wij zeiven ze zorgvuldig kweeken, de ontbindingskiemen, die onze geheele maatschappij met ondergang bedreigen.

,,Wij weten, dat de millioenen schepselen in menschengedaante kruipend en krioelend in de holen onzer achterbuurten door ons — bewust handelende en denkende menschen — systematisch tot hun dierlijk bestaan veroordeeld worden, daar in het verborgen voorttelend, nieuwe geslachten van dergelijke schepselen in het aanzijn roepend, schepselen aan wie al wat menschelijk is vreemd blijft. En men behoeft waarlijk geen idealist te wezen om te be-

Sluiten