Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijze bezig is te vergroeien tot een periode van industrieele samenwerking, die, in aller belang, noodzakelijk maakt het gemeenschappelijk bezit van grond en arbeidsmiddelen, het verbond van kapitaal en arbeid. Die gemeenschappelijke, op samenwerking gebaseerde productiewijze zal natuurlijk mede een geleidelijke omwenteling tengevolge hebben in de maatschappelijke levensvormen en de maatschappelijke moraal; en deze invloeden zullen — dank zij het menschelijk aanpassingsvermogen — krachtig op den individu inwerken evenals de bezitkoorts en de tijgerkamp van heden zich thans bij hem doen gelden.

„Dat na die periode van industrieele samenwerking, in den loop der eeuwen, weer nieuwe toestanden zich zullen vormen, is natuurlijk aan geen twijfel onderhevig. Deze zijn thans nog niet bij benadering te voorzien, doch zullen ook dan weder natuurlijke en onafwendbare uitvloeisels zijn van een nieuw economisch en sociaal vergroeien.

„Ziedaar in korte trekken wat de hoogepriesters der sociale wetenschap hebben verkondigd, en men zou hun leer die van „het maatschappelijk verworden" kunnen noemen. Het verleden, de traditie hebben daarin geen andere beteekenis dan dat zij vormen den bodem waaruit is ontkiemd het heden, waarbij die traditie tevens dient ter kenschetsing van de nieuwe edeler levensvormen en de hoogere beschaving die ons wachten. De schemering wordt eerst duister wanneer een helder licht ons tegenstraalt. Wij begrijpen eerst recht hoe duister en barbaarsch een vroegere toestand was, wanneer een nieuwe dageraad voor ons geestesoog oprijst.

„In de achttiende eeuw, vóór de groote Omwenteling, werd het tirannieke gezag van den adel en de geestelijkheid door de bevoorrechten volkomen rationeel gevonden. Toen eindelijk de derde stand het juk der slavernij afschudde en het gansche beschaafde Europa den terugslag der ontzettende gebeurtenissen gevoelde, dacht men niet aan" de achterste rangen. Daarvoor moest weer een nieuwe dageraad oprijzen — die van heden. Nu is de bevrijding van den vierden en vijfden stand aanstaande, doch het menschdom van heden kan zich nog altijd niet ontworstelen aan de idee van slavendom en lijfeigenschap.

„De Zuid-Amerikaansche slavenhouders waren een halve eeuw geleden zich den naderenden ondergang van het slavenstelsel evenmin bewust als de kapitalisten van heden zich den naderenden ondergang van het kapitalistisch slavenstelsel bewust zijn,.

Sluiten